For love of the game. Voorstellen tot hervorming van het Belgisch voetbal.

14 november 2018
instagram
© www.voetbalbelgie.be - DC
'For love of the game'. Met die woorden steken Michel Maus en Karl Dhondt van wal, in hun reeks van voorstellen om het Belgisch voetbal te hervormen. Twee experten. Maus is professor fiscaal recht aan de VUB en maakte ook naam als advocaat in dossiers van fiscaliteit en fraude. Dhondt is expert in het ontrafelen van matchfixing en zit bij de 'Ethics and Disciplinary Unit' van de UEFA. Wat stellen ze voor?

"Het Federaal Parket heeft met haar 'Operatie Propere Handen' een bom gelegd onder het Belgisch voetbal. Met een nooit geziene dťmarche werden begin oktober 2018 in totaal 57 huiszoekingen uitgevoerd in binnen- en buitenland door maar liefst 212 speurders in een onderzoek naar passieve en actieve corruptie (matchfixing), witwassen en fiscale fraude in het voetbal. In het persbericht dat door het Federaal Parket werd verspreid bij de start van het onderzoek, werd onder meer gesteld, dat bepaalde spelersmakelaars verrichtingen zouden hebben opgezet waardoor commissies bij spelerstransfers, verloningen van spelers en trainers, en andere betalingen verborgen werden gehouden voor de Belgische overheid en voor andere betrokkenen bij de transacties.

Dat dit onderzoek niet zonder gevolgen voor het Belgisch voetbal zal kunnen blijven is ondertussen voor iedereen vrij vanzelfsprekend. Los van de concrete uitkomst van het gerechtelijk onderzoek voor de betrokkenen - en waarbij uiteraard het vermoeden van onschuld moet worden gerespecteerd - is het echter nu al duidelijk dat vooral de wijze waarop de relatie tussen voetbalclubs, spelers, trainers en spelersmakelaars verloopt, te weinig is gereglementeerd. Hierdoor is er binnen het voetbal een ongezond vogelvrij klimaat ontstaan, waarbij voetbalclubs zelfs onbewust het risico lopen om betrokken te worden in dubieuze financiŽle constructies die door malafide personen worden gebruikt om wedstrijden te manipuleren, belastingen te ontduiken en/of crimineel geld wit te wassen. In de nasleep van dit onderzoek werden ondertussen ook door verschillende personen uit politieke hoek en door opiniemakers openlijk vragen gesteld over het fiscaal en parafiscaal statuut van het voetbal. Ook dit statuut is aan hervorming toe.

In het licht van deze problematiek hebben wij een programma opgesteld met voorstellen die moeten leiden tot een betere reglementering van het Belgisch voetbal, met meer overheidscontrole, meer financiŽle transparantie en meer (para)fiscale rechtszekerheid. In het bijzonder betreffen deze voorstellen respectievelijk de reglementering van het statuut van sportmakelaar, de invoering van een Clearing House-systeem, de professionalisering van de disciplinaire instanties binnen de sportfederaties, de invoering van preventieve maatregelen tegen fraude, de hervorming van de fiscale en parafiscale gunstregimes van professionele sportbeoefenaars en de hervorming van het competitiemodel.

Niettegenstaande dit rapport werd geschreven vanuit de bekommernis voor de toekomst van het Belgisch voetbal, is het echter evident dat de gedane voorstellen de voetbalsport overstijgen en derhalve noodzakelijk zijn voor elke professionele sporttak in BelgiŽ. 

Maatregelen voor een meer rechtszekere
en transparante professionele sportsector


1.  De reglementering van het statuut van sportmakelaar


Binnen het economisch circuit wordt zeer veel beroep gedaan op deskundige tussenpersonen die als makelaar worden ingeschakeld om tussen te komen in de relatie tussen twee of meerdere partijen met als doel de partijen nader bij elkaar te brengen bij het afsluiten van een commerciŽle transactie of een handelsrelatie. De meest gekende voorbeelden hiervan zijn ongetwijfeld de vastgoedmakelaar en de verzekeringsmakelaar.

Daar waar de overheid bij wet en bij Koninklijk Besluit de voorwaarden tot de toegang en de uitoefening van het beroep van vastgoed- of verzekeringsmakelaar of headhunter zeer duidelijk heeft geregeld, is dat niet het geval voor het beroep van sportmakelaar. Dit is uiteraard een lacune in de wetgeving die geregeld moet worden. Het is immers, mede gelet op de vaak zeer grote financiŽle belangen in de sportsector, vrij vreemd om vast te stellen dat zonder de vereiste van opleiding of bekwaamheid en zonder enige screening, eenieder het beroep van sportmakelaar kan uitoefenen.

Deze vaststelling is des te frappant wanneer wordt stilgestaan bij het feit dat professionele sportbeoefenaars vaak reeds op vrij jonge leeftijd beroepssporter worden en hierdoor makkelijk het slachtoffer kunnen worden van malafide praktijken. Om hieraan te verhelpen dient de federale overheid een wettelijk kader te creŽren om het statuut van sportmakelaar te regelen. Dit kan door regelgeving in te voeren waarbij volgende maatregelen worden opgelegd:

  • a) De bescherming van de beroepstitel van het beroep van sportmakelaar
De bescherming van de beroepstitel van het beroep van sportmakelaar moet het mogelijk maken dat enkel erkende sportmakelaars het beroep kunnen uitoefenen, hetgeen impliceert dat het per definitie gaat om personen die aan professionele kwaliteitseisen moeten voldoen en gebonden zijn door een deontologische code die zij moeten respecteren. Personen die niet erkend zijn als sportmakelaar, maar toch al dusdanig optreden, zullen derhalve een misdrijf plegen en kunnen dus strafrechtelijk worden vervolgd.

  • b) De oprichting van een Beroepsinstituut van Sportmakelaars
In het kader van de regeling van het beroep van sportmakelaar is een Beroepsinstituut onontbeerlijk. Het Beroepsinstituut van Sportmakelaars dient toezicht uit te oefenen op de naleving van de regels inzake de toegang tot het beroep van sportmakelaar en dient tevens te waken over de naleving van de deontologie door de erkende sportmakelaars. Het lijkt ook wenselijk om in het kader van de regelgeving te voorzien in een overlegstructuur waarbij het Beroepsinstituut van Sportmakelaars, samen met de sportfederaties en de gerechtelijke instanties overleg kunnen plegen bij de vaststelling van malversaties.

  • c) De toegang tot het beroep
Het is tevens noodzakelijk de toegang tot het beroep van sportmakelaar te beperken tot personen die getuigen van een zekere vakbekwaamheid en van professionele kwaliteitseisen. Dit kan door de toegang tot het beroep enkel voor te behouden aan personen die:

-  hetzij een minimumdiploma voorleggen (Bachelordiploma van minimum niveau 6 in het Europees kwalificatiekader) of hetzij professionele vooropleiding doorlopen en slagen in een bekwaamheidsproef

-  een stage doorlopen

-  een eed onderschrijven tot naleving van de relevante wetgeving en de deontologische code

-  zich engageren tot een jaarlijkse bijscholing.

  • d) Het opleggen van een deontologische code bij Koninklijk Besluit
Teneinde malversaties en malafide praktijken te vermijden is het opleggen van een deontologische code bij Koninklijk Besluit eveneens onontbeerlijk. Indien deze code niet wordt gerespecteerd kunnen derhalve tuchtsancties of gerechtelijke stappen volgen.

In het kader van deze deontologische code kan dan in het bijzonder worden voorzien in:

- de verplichting om bij elke communicatie de volgende gegevens te vermelden: het erkenningsnummer, de naam van zijn onderneming of, met vermelding van de rechtsvorm, de naam van de rechtspersoon waarin hij zijn activiteit verricht en alle vermeldingen opgelegd door de wet

- de verplichting om overeenkomstig de richtlijnen van het Beroepsinstituut van Sportmakelaars een derdenrekening te openen om de gelden te beheren die sportmakelaars in de uitoefening van hun
beroep hebben ontvangen ten behoeve van cliŽnten of van derden

- de verplichting om de fiscale en sociale wetgeving te respecteren (hetgeen kan worden geverifieerd door de verplichting om jaarlijks attesten over fiscale en parafiscale schulden aan het Beroepsinstituut te overleggen)

- de verplichting om onverenigbaarheidsregels te respecteren (noch rechtstreeks of onrechtstreeks de ultieme economische begunstigde te zijn van een professionele sportclub, dan wel noch rechtstreeks of onrechtstreeks een bestuurders- of managementfunctie uit te oefenen in een professionele sportclub)

- de verplichting om belangenconflicten te vermijden en in voorkomend geval deze te signaleren aan
de opdrachtgever

In dit verband moeten er duidelijke conflictregels worden opgesteld om te vermijden dat een sportmakelaar enerzijds optreedt als spelersmakelaar en anderzijds optreedt als clubmakelaar ( zo bijv. is optreden voor een speler in het kader van loononderhandelingen en vervolgens optreden voor diens club als lasthebber om de speler te ondersteunen is een belangenconflict niet aanvaardbaar)

- een verbod om samen te werken met niet erkende sportmakelaars

- een verbod voor de sportmakelaar om actief spelers, trainers of sportclubs te benaderen die al een
representatiecontract met een andere sportmakelaar hebben

- een verbod voor de sportmakelaar om een vergoeding te ontvangen wanneer hij een speler
vertegenwoordigt die jonger is dan 16 jaar.

Wat de relatie met de opdrachtgevers betreft, lijkt het ook aangewezen om de verplichting op te leggen om voorafgaand aan elke opdracht een schriftelijke overeenkomst op te maken over de opdracht. Deze overeenkomst moet op een duidelijke en ondubbelzinnige wijze de verplichtingen van de partijen vastleggen, in het bijzonder met betrekking tot de te leveren prestaties en met betrekking tot de berekenings- en betalingswijze van het ereloon en alle aanhorigheden. Het lijkt aangewezen om tevens in de verplichting te voorzien om deze overeenkomsten te laten registreren bij het Beroepsinstituut zodat de naleving van de deontologische verplichtingen door het Beroepsinstituut kunnen worden gecontroleerd.

In geval van het vaststellen van overtredingen op de regelgeving en de deontologische code moet het beroepsinstituut van Sportmakelaars, sancties kunnen uitspreken, gaande van geldelijke sancties tot het tijdelijk of definitief intrekken van de licentie van de sportmakelaar. Tevens dient het Beroepsinstituut van Sportmakelaars de bevoegdheid te krijgen om de licentie van de sportmakelaars preventief kunnen schorsen in geval van een onderzoek.

  • e) Het reguleren en het creŽren van transparantie rond makelaarsvergoedingen
Ook wat de makelaarsvergoedingen betreft, is er regelgeving nodig. Vooreerst lijkt het voor de hand liggend, dan in tegenstelling tot de huidige praktijk, de makelaarsvergoedingen dienen te worden betaald door de natuurlijke persoon ( speler of trainer ) of rechtspersoon ( club ) die de makelaar heeft aangesteld. Constructies waarbij de speler of trainer een makelaar aanstelt, en vervolgens de club verplicht de makelaar namens de speler te vergoeden, zijn niet langer aanvaardbaar.

Wat excessieve makelaarsvergoedingen betreft, besliste de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) reeds dat de vergoedingen van vastgoedmakelaars in principe vrij zijn te bepalen tussen de opdrachtgever en de makelaar. Het feit dat het wettelijk beperken van de erelonen van sportmakelaars aldus juridisch niet mogelijk lijkt, neemt echter niet weg dat het beleid transparantie kan eisen over de toe te passen makelaarsvergoedingen.

Dit kan vooreerst door te bepalen dat de ereloonafspraken een verplicht onderdeel moeten vormen van de schriftelijke overeenkomst tussen de sportmakelaar en diens opdrachtgever en, ingeval meerdere partijen de speler of club vertegenwoordigen, tevens te bepalen dat de opdeling van het ereloon tussen de verschillende makelaars duidelijk moet zijn gestipuleerd.

Daarnaast kan er ook binnen de deontologische code worden voorzien in marktconforme richtlijntarieven. (zo bijvoorbeeld wordt in Duitsland gewerkt met een vorktarief bij transfers tussen de 8 en 12%). Het feit dat voortaan enkel nog de eigenlijke opdrachtgever de makelaarsvergoedingen van de sportmakelaar zal moeten betalen en niet een derde persoon (zie hierboven), zal de concurrentie stimuleren waardoor spelers, trainers en clubs de makelaarsvergoedingen marktconform zullen kunnen vergelijken alvorens zij met een sportmakelaar in zee gaan.

  • f) Het sensibiliseren en responsabiliseren van de sportsector
In navolging van het regelen van het statuut van sportmakelaar, is ook het verder sensibiliseren van de
sportsector van groot belang. Spelers, ouders, trainers en sportclubs moeten overtuigd worden van
het belang van een gereglementeerde begeleiding door erkende sportmakelaars en zij moeten daartoe
ook worden geresponsabiliseerd. Enkel door binnen een gereglementeerd kader te werken kunnen
excessen en wanpraktijken binnen de sportsector uiteindelijk worden geweerd. Deze
responsabilisering impliceert dan ook dat indien spelers, trainers of sportclubs zich wetens en willens
laten vertegenwoordigen door een persoon die niet erkend is als sportmakelaar, zij samen met deze
persoon strafrechtelijk aansprakelijk moeten kunnen worden gesteld.

Invoering Clearing House-systeem
bij de sportfederaties

Naast het reguleren van het statuut van sportmakelaar lijkt ook de invoering van een Clearing House-systeem aangewezen. In dit systeem dient elke sportfederatie een onafhankelijk controle-orgaan te installeren, een Clearing House, dat toezicht moet uitoefenen op zowel de toekenning van licenties aan de professionele sportclubs, als ook op de in- en uitgaande transfers van de sportclubs. Teneinde de garantie op onafhankelijkheid te waarborgen dient dit controle-orgaan los van de sportfederatie te kunnen optreden ( en dus niet als een onderdeel ervan ) en moeten de leden deskundige personen zijn die geen enkele rechtstreekse of onrechtstreekse binding hebben met de sportclubs of de sportfederatie.

De eerste taak van het Clearing House is om de licenties af te leveren aan elke professionele Belgische sportclub op basis van een strikte controle van de specifieke licentievoorwaarden eigen aan elke sport. Deze licentievoorwaarden dienen in vergelijking met de huidige voorwaarden, ook verscherpt te worden en grondig te worden gecontroleerd te worden door het Clearing House. In het bijzonder dient hierbij aandacht te worden besteed aan het onderzoek naar de ultimate beneficial owner(s) van de sportclubs, d.w.z. de eigenlijke eigenaar van de club en naar de geldstromen binnen de club.

Dit onderzoek dient zeer grondig te gebeuren zodat elke vorm van belangenvermenging binnen de Belgische sportclubs kan worden uitgesloten. De onafhankelijke beoordeling van de licentie-aanvraag door het Clearing House moet verder ook elke vorm van manipulatie en dossierbeÔnvloeding binnen de specifieke sportfederaties tegen gaan. Dit zal aldus een veel striktere dossierbehandeling van de licentiedossiers tot gevolg hebben, dan hetgeen nu het geval is.

Daarnaast dient het Clearing House ook toezicht te houden op de in- en uitgaande transfers van de Belgische sportclubs. Dit impliceert dat elke sportclub zijn transferdossiers dient over te maken aan het Clearing House ter verificatie. In het bijzonder heeft dit systeem tot doel toezicht te houden op de financiŽle geldstromen en op de naleving van de regels van de financiŽle fair play.

Professionalisering van de disciplinaire
instanties binnen de sportfederaties


De afgelopen maanden is duidelijk geworden dat de disciplinaire reglementering binnen de sportfederaties dringend moeten worden gemoderniseerd en moet worden aangepast aan de verzuchtingen van de hedendaagse sport. Onder andere de vaudeville rond de schorsing van de voetballers Wesley en Vranjes, heeft voor heel wat sportieve beroering en verontwaardiging gezorgd.

Elke professionele sportbeoefenaar die de sportieve regels heeft overtreden eigen aan elke sport, moet op een zeer korte termijn en op een professionele manier disciplinair bestraft worden, met respect voor de rechten van verdediging en volgens een rechtlijnig en transparant sanctiesysteem dat voor elke sporter op dezelfde manier wordt toegepast. Investeren in kennis, middelen en onafhankelijke mensen en een verdere professionalisering van de disciplinaire instanties is dan ook ten zeerste aangewezen.

De invoering van preventieve
fraudemaatregelen in de sportsector

De persberichten rond de operatie propere handen hebben ondertussen aangetoond dat bepaalde personen via het voetbal, gelden hebben witgewassen of voor de fiscus hebben proberen te verbergen door gebruik te maken van allerlei dubieuze financiŽle constructies en vennootschapsstructuren.

Rekening houdende met de beperkte onderzoeksmogelijkheden van de sportclubs om hun medecontractanten te screenen en rekening houdende met het internationale karakter van de sportsector, lijkt het aangewezen om preventieve fraudemaatregelen te nemen zodat de sportclubs gevrijwaard worden van financieel gesjoemel en witwasserij. In dit verband kunnen volgende maatregelen worden genomen:

a)  Het toepasselijk maken van de preventieve witwaswet op de sportsector

Ook om de sportclubs te beschermen tegen dubieuze financiŽle transacties moeten maatregelen genomen worden. Dit kan vooreerst door professionele sportclubs, sportmakelaars en het Clearing House te onderwerpen aan de Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. (de witwaswet) Dit zou dan betekenen dat zij net als banken, verzekeringsmakelaars, cijferberoepers, advocaten, notarissen, vastgoedmakelaars etc. de verplichting hebben de witwascel in te lichten wanneer zij met dubieuze transacties worden geconfronteerd. Zoals de ervaring met de banksector reeds heeft aangetoond, heeft dit een sterk preventief effect, hetgeen malafide personen ervan zal weerhouden om binnen de sportsector dubieuze transacties voor te stellen met dubieuze structuren.

De onderworpenheid van de sportsector aan de witwaswet impliceert in het bijzonder dat professionele sportclubs, sportmakelaars en het Clearing House hun ďzakenrelatiesĒ grondig dienen te identificeren, doorlopend waakzaam te zijn en indien zij vermoeden of redelijke gronden hebben om te vermoeden dat bepaalde transacties of constructies het witwassen van geld tot doel hebben, dan dienen zij de witwascel daarvan in te lichten.

b) Het installeren van een Meldpunt Eerlijke Sport

Naast het toepasselijk maken van de witwaswet op de sportsector is het bij wijze van preventieve maatregel ook aangewezen om binnen de overheid een Meldpunt Eerlijke Sport in te richten, d.w.z. een onafhankelijke instelling voor integriteit in de Belgische sport, waar misbruiken van welke aard ook kunnen worden gemeld en ten gronde kunnen worden onderzocht en behandeld, met een welomschreven en direct toepasbaar maatregelenpakket en met de bevoegdheid om bindende aanbevelingen aan de sportfederaties en hun leden op te leggen. (Zoals bijvoorbeeld het verbod voor spelers, trainers, bestuursleden, clubdokters etc. om rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan gokwedstrijden van competities waar hun club zelf in actief is.)

Het Meldpunt Eerlijke Sport kan verder ook op een uniforme wijze de samenwerking aangaan met ĎHet nationaal platform ter bestrijding van de manipulatie van sportwedstrijdení dat eerder werd opgericht onder de Conventie van Malta. Binnen dit Meldpunt Eerlijke Sport moet ook worden voorzien in een klokkenluidersregeling waar
klokkenluiders melding kunnen doen wanneer zij vaststellen of ernstig vermoeden dat er binnen de sportfraude wordt gepleegd of misbruiken plaatsvinden. Het kan hierbij gaan om passieve en actieve corruptie en omkoping (o.a. matchfixing), fiscale en sociale fraude, witwassen, seksueel misbruik, doping etc.

Met het oog op de rechtszekerheid dient een klokkenluider bij elke melding zijn of haar identiteit kenbaar te maken zodat anonieme aangiftes niet kunnen worden aanvaard. Op die manier wordt vermeden dat het Meldpunt Eerlijke Sport zou worden gebruikt om lasterlijke aangiftes of valse aangiftes in te dienen. In voorkomend geval kan de klokkenluider dan zelf worden gesanctioneerd.

Anderzijds genieten klokkenluiders die ter goeder trouw aangifte doen bij het Meldpunt, een wettelijke bescherming in die zin dat hun identiteit verder niet kenbaar kan worden gemaakt, ook niet als na een melding een onderzoek wordt opgestart, tenzij de betrokkene daar uiteraard zijn of haar toestemming voor heeft gegeven.

Hervorming fiscale en parafiscale gunstregimes
van professionele sportbeoefenaars

In de nasleep van de operatie propere handen van het Federaal Parket zijn ook de fiscale en de parafiscale gunstregimes voor professionele sportbeoefenaars terug op de tafel gekomen. Dit is niet de eerste keer, aangezien in het verleden reeds herhaalde malen maatschappelijke kritiek op deze systemen werd geuit. Momenteel gelden volgende gunstregimes:

a) Op het vlak van sociale zekerheid

Voor een gewone werknemer bedragen de sociale zekerheidsbijdragen 38,07 procent op het brutoloon. Voor professionele sportbeoefenaars is dat niet het geval. Voor hen worden de bijdragen berekend op een vast bruto maandloon, dat momenteel 2.281,09 euro bedraagt.

Boven dat bedrag betalen zijn er geen sociale zekerheidsbijdragen meer verschuldigd waardoor het maximale bedrag aan sociale zekerheidsbijdragen momenteel 10.416 euro per jaar bedraagt, ongeacht de omvang van het brutoloon van de sportbeoefenaar.

b) Op het vlak van de bedrijfsvoorheffing

Een tweede voordeel situeert zich op het vlak van de bedrijfsvoorheffing. Voor een gewone werknemer moet de werkgever tussen de 25 en 50 procent van het brutoloon afhouden en volledig aan de fiscus doorstorten. Bij professionele sportbeoefenaars moeten de clubs de volledige bedrijfsvoorheffing wel inhouden op het loon, maar zij moeten slechts 20 procent daarvan doorstorten naar de schatkist en mogen dus 80 procent behouden. Als het gaat over lonen van spelers jonger dan 26 jaar, dan kunnen zij dit geld vrij besteden.

Gaat het over de bedrijfsvoorheffing van spelers ouder dan 26 jaar, dan moeten de clubs de helft van dit geld besteden aan de ďopleiding van jonge sportbeoefenaars die de leeftijd van 23 jaar niet hebben bereiktĒ. Hieronder wordt verstaan de opleiding van jonge sportbeoefenaars, de bezoldiging van personen belast met de opleiding, begeleiding of ondersteuning van deze jonge sportbeoefenaars in hun sportbeoefening en de bezoldiging van jonge sportbeoefenaars.

c) Op het vlak van de personenbelasting

Tot slot heeft de wetgever nog voor een paar uitzonderingsregimes in de personenbelasting gezorgd. Sportbeoefenaars tot 26 jaar worden op het gedeelte van het loon tot 19.260 euro slechts belast aan
16,5 procent. En ook voor de groepsverzekering is er een voordelig statuut.

Heel wat werknemers hebben ook een groepsverzekering in hun loonpakket zitten, maar zij moeten tot hun 60 jaar wachten vooraleer zij het kapitaal van de groepsverzekering kunnen laten uitkeren aan een fiscaal gunsttarief van 20 procent. Sportbeoefenaars kunnen dit echter al op hun 35 jaar.

d) Problemen met het huidige systeem van fiscale en parafiscale voordelen

Het huidige systeem van fiscale en parafiscale voordelen stelt een aantal belangrijke problemen. Vooreerst is er een belangrijk juridisch argument tegen het huidige systeem, met name dat van de verboden staatssteun. In de Europese Unie wordt het gratuit toekennen van fiscale en parafiscale voordelen aan een specifieke sector beschouwd als verboden staatssteun.

Waar we misschien nog een aanvaardbaar argument kunnen vinden voor de vrijstelling van het doorstorten van bedrijfsvoorheffing ten behoeve van de jeugdwerking, is dat alleszins niet het geval voor de RSZ-vrijstelling. De kans is dan ook vrij reŽel dat het huidige Belgische systeem van sportbevoordeling binnen afzienbare tijd wordt aangevochten door de Europese Commissie in het kader van de staatssteunregeling.

Daarnaast gaat het klassieke argument dat gunstregimes noodzakelijk zijn voor de competitiviteit van ons voetbal ook helemaal niet op. Zelfs met alle gunstvoordelen spelen de Belgische clubs geen belangrijke rol van betekenis meer in de Europese competities. Door de huidige gunstregimes is het voor de Belgische sportclubs veel makkelijker om buitenlandse spelers aan te trekken en dat gaat ten koste van de spelers van de eigen jeugdopleiding. En aangezien, een zeldzame uitzondering niet te na gesproken, de buitenlandse spelers die naar ons land afzakken al lang niet meer de internationale toppers zijn, is het competitief resultaat navenant. Het huidige systeem heeft ons voetbal ook opgezadeld met een migratieprobleem.

Zo bijvoorbeeld is maar liefst 65 procent van de spelers in onze voetbalcompetitie een buitenlandse speler, daar waar dit in Nederland slechts 35 procent is. Het staat hiermee vast dat het huidige systeem nefast is voor de doorstroming van de eigen jeugdspelers van de Belgische voetbalclubs.

Volgens het laatste rapport van de Zwitserse onderzoeksgroep CIES, die de migratie, demografie en economie van het voetbal onderzoekt, scoren slechts twee landen (Portugal en ItaliŽ) nog slechter dan BelgiŽ op het vlak van de doorstroming van de door de clubs zelf opgeleide spelers (die tussen hun 15 en 21 jaar drie lang jaar lang bij dezelfde club bleven).

Het is dan ook hoog tijd om het huidige systeem van de fiscale en parafiscale voordelen te hervormen. Het afschaffen van deze voordelen Ė hetgeen door sommige politici wordt gevraagd Ė lijkt geen verstandige beslissing te zijn. Het maatschappelijk belang van de sport moet door iedereen worden aanvaard, zodat (para)fiscale overheidssteun enigszins te verantwoorden valt.

Trouwens ook op Europees vlak wordt door rekening mee gehouden. De Europese Wetgeving laat onder zekere voorwaarden ook staatssteun toe ten behoeve van de sport. Zo voorziet de Europese Wetgeving dat overheidssteun die moet worden beschouwd als opleidingssteun en/of steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur verenigbaar is met de interne markt en dus aanvaard moet worden, zij het onder zeer strikte voorwaarden.

Wat het aspect opleidingssteun betreft, lijkt het juridisch vast te staan dat de sportclubs, in tegenstelling tot wat nu het geval is, de volledige steun dienen te investeren in de opleiding van jonge beloftevolle sporters. Dit impliceert een radicale ommezwaai in het denkpatroon van de Belgische sport, maar zelfs in een klein land als BelgiŽ, is het veel gezonder om de sportclubs uit te bouwen en competitief te maken door te vertrekken vanuit de eigen sterkte en de jeugdopleiding, eerder dan te blijven speculeren op het aantrekken van buitenlandse sporters die vaak weinig meerwaarde bieden.

Het aanpassen van de (para)fiscale gunstregimes aan de Europese vereisten zal dan ook de sportclubs dwingen om ten volle inzetten op jeugdopleiding en om garanties in te bouwen voor de doorstroming van beloftevolle spelers.

Wat het aspect steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur betreft, kan hier ook worden voorzien in een systeem waarbij de sportclubs de genoten overheidssteun moeten investeren in infrastructuur. Ook dat is op zich een goede maatregel omdat het sportclubs eerder dan dit nu het geval is, zal stimuleren om in hun infrastructuur te investeren en op een kwaliteitsvol niveau te houden.

Het komt er dus thans op aan het huidige systeem van fiscale en parafiscale voordelen aan te passen
zodat het beantwoordt aan de toegelaten staatssteun zoals bedoeld in de Europese wetgeving. Dit
betekent dan in concreto dat de sportclubs de genoten fiscale en parafiscale overheidssteun zullen
moeten aanwenden om hetzij te investeren in ofwel de opleiding van jonge beloftevolle sporters,
ofwel de infrastructuur, ofwel in beiden.

De hervorming van het competitiemodel

Met het oog op het bestrijden van corruptie, omkoping en match-fixing binnen de sportsector moet niet enkel worden ingezet op de bestrijding en bestraffing van deze vormen van fraude (symptoombestrijding), er moet ook aandacht worden besteed aan de oorzaken van dit fenomeen.

Ons inziens ligt deze oorzaak voor een stuk in het competitiemodel waarbij een sportieve degradatie zeer zware financiŽle gevolgen met zich meebrengt voor de club. Specifiek voor het voetbal bijvoorbeeld kunnen we in dit verband vaststellen dat de meeste match-fixing gebeurt bij ploegen waarbij het water hen aan de lippen staat in de degradatiestrijd. Er moet dan ook in het voetbal overwogen worden om een nieuw competitieformat in te voeren dat de clubs in afdeling 1B meer overlevingskansen kan bieden. Degraderen naar een lagere reeks moet minder zware financiŽle implicaties hebben voor de desbetreffende clubs. Dat kan of door een nieuw systeem met een grotere afdeling 1A waar meerdere clubs kunnen degraderen naar afdeling 1B (en dus ook meer stijgers naar afdeling 1A) of zelfs een bredere competitie waar alle profclubs in ťťn divisie kunnen starten.

Het beoordelen van het fraude-gevoelige karakter van het competitiemodel is uiteraard een oefening die ook voor de andere sporten dan het voetbal moet worden gemaakt.


Voetbal België in je facebook nieuwsfeed?

Plaats een reactie

Laatste nieuws

ico-hottopics

Nieuws overzicht…

"Klopp is authentiek. Enthousiasme, ervaring, charisma."

Simon Mignolet

Meer voetbalquotes