Winterslag - Het einde van de Noordlaan

06 april 2004

De Noordlaan. Voor de jonge garde zal deze naam niet meteen een belletje laten rinkelen. De supporters die de jaren tachtig nog meemaakten weten waar het om gaat: Winterslag en de Vieze Mannen. In dit stadion werd geschiedenis geschreven.

18 000 toeschouwers kochten in 1981 een ticket voor de derby tussen KFC Winterslag en Thor Waterschei. Winterslag pakte in dat jaar de vijfde plaats en mocht een jaar later Europa in. De Vieze Mannen namen het grote Arsenal te grazen. In de derde ronde sneuvelden ze tegen Dundee United. Daarna ging het stilaan bergaf. In 1988 sloegen de rivalen Winterslag en Waterschei de handen in elkaar. KRC Genk was geboren. De Noordlaan deed nog enkele jaren dienst als thuishaven voor de jeugdploegen en de reserven.

Bijna vijf jaar geleden ging het licht helemaal uit. Het stadion werd aan zijn lot over gelaten en raakte in verval. Het beton van de tribunes brokkelde af en het onkruid maakte zich meester van de grasmat en de staantribunes. In oktober 2003 nam de lokale overheid de beslissing om het stadion met de grond gelijk te maken. Een maand later mocht de brandweer uitrukken. Een deel van de oude zittribune brandde uit.

Vandaag blijft er niets meer over van de Noordlaan, een stadion waar voetbalgeschiedenis geschreven werd. De velden maken plaats voor woningbouw. Wij trokken vlak voor de komst van de sloophamer op een grijze zaterdag in maart 2004 met Pierre Denier naar waar het allemaal begon. De assistent-trainer van Racing Genk schrok zich een aap. De confrontatie met de overwoekerde grasmat en de toegetakelde tribunes kwam hard aan.

Deze fotospecial met 34 beelden spreken voor zich. Het zijn allemaal beelden die een voetbalfreak nooit hoopt mee te moeten maken. Je kan deze foto's in meerdere formaten bestellen: 20/30, 13/18 of 10/5. De nodige info vind je op het einde van de fotoreeks.

Interview Pier Denier en Robert Waseige over De Noordlaan

"Ik kan je verzekeren dat ik hier sta te trillen op mijn benen," zegt Pierre Denier, als we het vervallen stadion binnenstappen. "Man, man, man, dit doet pijn! Hier ben ik groot geworden, hier heb ik mijn debuut mogen maken, hier heb ik 14 jaar lang zoveel mooie momenten mogen meemaken. Dit had nooit mogen gebeuren!"

 

En toch gebeurde het. In 1988 besloten de rivalen Winterslag en Waterschei samen verder door het leven te gaan als Racing Genk. Honderden miljoenen oude franken vloeiden naar de verbouwing van het André Dumontstadion van Waterschei, het huidige Fenixstadion. De Noordlaan werd de thuishaven van de jeugd en de reserven. Toen Racing Genk ook deze ploegen in Winterslag weghaalde, kreeg de aftakeling van de Noordlaan serieuze vormen. Pierre Denier: "Ik was trainer van de reserven en zat dus nog regelmatig op de bank in dit stadion. De grasmat werd toen nog goed onderhouden. Toen wij vertrokken, gebeurde er niets meer. Ik vind het doodjammer dat ze geen andere functie voor dit stadion gevonden hebben. In de buurt spelen nochtans veel provinciale clubs en buurtploegen. Die ploegen zouden dolgelukkig geweest zijn met deze lokatie. In Winterslag wonen ook heel veel jongeren. Als ze het stadion een beetje in stand hadden gehouden, konden die jongeren hier hun vrije tijd door brengen. Nu moeten ze wel op straat rondlopen."

 

"Dit doet pijn"

 

"Eerlijk, ik ben hier niet goed van. De afgelopen jaren reed ik regelmatig naar hier. Ik stopte voor het stadion en al die herinneringen kwamen dan spontaan naar boven. Het stadion lag er toen al verlaten bij. Maar deze beelden overtreffen alles. De kleedkamers zijn uitgebrand, het onkruid staat een meter hoog, de staantribunes kan je nog amper herkennen… Dit doet pijn en raakt mij in het diepste van mijn hart. Ik bewaar te veel mooie herinneringen aan dit stadion. Mijn broer Thieu heeft hier ook jarenlang gespeeld. Wij kwamen van Molenbeersel uit het provinciale voetbal. In april 1974 tekende ik mijn contract bij Winterslag. Na zeven weken bij de uefa’s nam Robert Waseige mij in de eerste ploeg op. Ik was 17 jaar en maakte mijn debuut in het oude stadion van Club Brugge, de Klokke. We verloren er met 7-0. Een week later stond ik voor het eerst aan de aftrap, hier op de Noordlaan. Ik moest even in mijn wang knijpen toen ik de spelerstunnel uitliep. Ik was 17 jaar, kwam uit de buurt en speelde voor 12000 toeschouwers! Ik wist niet wat ik meemaakte. Heel Molenbeersel was hier om mijn thuisdebuut mee te maken. Ik bracht de twee doelpunten aan (2-0) en ik stond meteen in de belangstelling. Veel jongeren krijgen nadien een inzinking. Ik heb 14 jaar lang in de eerste ploeg opgedraafd. Slechts twee keer moest ik met de reserven meespelen."

 

De Noordlaan was de thuishaven van de Vieze Mannen. In dit kleine stadion kwam het vooral op strijdlust aan. "De accomdatie was primitief," merkt Pierre Denier op. "Winterslag stond bij de andere ploegen bekend als een arme ploeg. De kleedkamers waren maar 4 op 4 meter groot en telde slechts drie douches. In onze massagekamer was er net geen plaats voor twee tafels. De grasmat was ook al niet veel soeps. Wij speelden moddervoetbal. Maar dat alles had ook zijn charme. Het was gezellig en wij wisten niet beter. Het stoorde ons ook niet, want wij wilden vooral presteren op het veld. Waar wij de bijnaam van de Vieze Mannen aan te danken hadden? Winterslag was een mijnploeg. In de jaren 70 werkten veel spelers in de mijn. Zij kwamen soms met een zwart gezicht trainen. Onze bijnaam stond ook synoniem voor onze over-mijn-lijk mentaliteit en onze grasmat was ook niet echt super (lacht)."

 

"Arsenal ging hier door de knieën"

 

Pierre Denier kwam 653 keer in het roodwarte shirt van Winterslag uit. In 1982 schitterde de club in de Uefa Cup. Het grote Arsenal ging op de Noordlaan door de knieën. Pierre Denier herinnert zich deze veldslag nog alsof het gisteren was: "Het had drie dagen aan een stuk geregend. De grasmat was een grote modderpoel. Door het slechte weer waren er maar 9000 toeschouwers. Wij wonnen met 1-0. In de derde ronde bleek Dundee United te sterk. Op de Noordlaan werd het 0-0. Dat was de beste wedstrijd die ik ooit gespeeld heb. In Schotland kwamen wij er niet aan te pas. Het werd 5-0. Het meeste plezier beleefde ik echer aan een derby tegen Waterschei. Het stadion zat vol. Wij zaten al wekenlang met dat duel in ons hoofd. Op een keihard bevroren veld kwamen wij 0-1 achter. Na de rust kwam onze pletwals op toeren en werd het 5-1. Toen konden wij niet meer kapot bij onze supporters. Wij hadden overigens een heel andere band met onze supporters. Wij gingen eerst naar de kleine kantine, waar je niet binnen of buiten kon, en trokken dan verder naar de supporterscafé's in de buurt. Er was een sterke band tussen de spelers en de supporters. Dat zorgde voor een goede sfeer in het stadion. Dat is een heel verschil met de situatie bij Racing Genk. Een aantal jaren terug speelden er 12 nationaliteiten bij Genk. Die jongens hebben geen band met het publiek en trekken na de wedstrijd naar huis. Dat is ook een van de redenen waarom het nu stiller is in het Fenixstadion. De komst van de extra zitplaatsen speelt daar ook een grote rol in. De supporters kwamen vroeger anderhalf uur voor d de aftrap samen. De spionkop van Genk begon er een dik uur voor de wedstrijd aan. Nu vallen de supporters twee minuten voor de aftrap binnen. Ze zijn toch zeker van hun plaats. In Winterslag konden de supporters niet kiezen tussen staan- en zitplaatsen. Onze hoofdtribune telde iets meer dan duizend zitplaatsen. De grote massa ging dus staan. Die 8000 toeschouwers zorgden soms voor meer lawaai dan de 22.000 in het Fenixstadion nu. Aan de Noordlaan heerste een helse sfeer. Geen enkele topclub kwam graag bij ons spelen."

 

Bij Winterslag maakten vooral semiprofs de dienst uit. Het ging er niet altijd even professioneel aan toe. "Dat klopt," glimlacht Pierre Denier. "Een mooie anekdote hiervan is het verhaal over onze doelman Jean-Paul De Bruyne, een beer van een vent. De eerste jaren warmden wij ons aan de overkant van de straat op, om onze grasmat te sparen. Op het allerlaatste moment stapte onze doelman nog doodleuk naar een hotdog-kraampje. In de spelerstunnel begon hij te eten en als hij bijna aan zijn doel was aangekomen, was alles naar binnen. Hij was klaar voor de wedstrijd. Dat is natuurlijk maar een mooie anekdote. Wij waren voor de rest serieus met het voetbal bezig. Wij waren semiprofs maar leefden als profs. Alleen op papier en aan de kassa waren wij amateurs."

 

"Hier blijft altijd een stadion staan”

 

Pierre Denier is aan zijn 30ste jaar bij dezelfde club bezig. 14 jaar lang was hij de aanjager op het middenveld van Winterslag. In 1988 stapte hij in de technische staf van de fusieclub Racing Genk. Zijn lied in het Genkse voetbal is nog lang niet uitgezongen. Het verhaal van de Noordlaan is wel definitief voltooid verleden tijd. Het stadion De Noordlaan, waar volgens Armand Schreurs aan elke grasspriet een zweetdruppel van Pierre Denier kleefde, is van de aardbol verdwenen!"

 

De huidige assistent-trainer van Racing Genk kan het nog altijd niet geloven: "Dit had nooit mogen gebeuren. Dat op deze gronden volgend jaar huizen en appartementen staan, sorry, dat wil ik niet meemaken. Als ik in de buurt ben, rij ik een blokje om. Ik heb hier zoveel meegemaakt. De herinnerigen aan dit stadion en Winterslag zijn veel te mooi om zomaar uit te wissen. Voor mij zal hier altijd een stadion blijven staan. 

 

Robert Waseige: "Een dood voetbalstadion is triestig om te zien.”

 

De teloorgang van de Noordlaan laat ook Robert Waseige niet koud. De Luikenaar maakte er zijn debuut als trainer en zat er zeven seizoenen op de bank. Waseige trok daarna naar grote ploegen als Standard, Club Luik, Sporting Lissabon en de nationale ploeg. Nu heeft hij het roer in handen bij Charleroi.

 

"De Noordlaan staat voor mij gelijk aan mijn geboorte als trainer," mijmert Robert Waseige. "Ik heb veel meegemaakt in mijn hele carrière, ook in het buitenland, maar de Noordlaan zal ik nooit vergeten. Ik begon in 1971 als jonge en onervaren trainer met Winterslag in derde klasse. Het klikte met de spelersgroep en met de dirigenten van de club. Wij promoveerden meteen naar tweede klasse. Ik beschikte over een spelersgroep vol karakter.” Na vijf seizoenen aan de Noordlaan trok hij voor drie seizoenen naar Standard en keerde dan voor twee seizoenen terug. “De mensen sloten mij opnieuw in hun armen," vertelt Robert Waseige. "Ik was weer een van hen en dat is altijd zo gebleven."

 

Robert Waseige beschikte in Winterslag niet over de meest moderne werkomstandigheden. Er was een oefenveld aan de overkant van de straat, maar dat lag er net als het hoofdterrein niet al te best bij. Het terrein was meestal in een modderpoel herschapen. In de zomer lag het er kurkdroog bij. Waseige zocht naar creatieve en best grappige alternatieven. "Veel stadions zijn nu uitgerust met een fitnessruimte, een medisch kabinet en een spelershome," gaat Waseige terug in de tijd. "Die luxe kenden wij niet op de Noordlaan. Voor de krachttrainingen trokken wij naar een zandberg, op anderhalve kilometer van het stadion. Dat was op honderd meter van de kerk van Kerniel. Ik liet mijn jongens daar oefeningen doen in het losse zand. Dat was goed voor hun spierkracht. Zo konden ze hun rug- en buikspieren versterken. De huidige generatie zal daar ongetwijfeld om lachen. Toen was het zo. De spelers kloegen niet. Zij stroopten hun mouwen op en vochten voor wat ze waard waren. Ik was best tevreden met de aanwezige werkmiddelen. Als je voldoende ruimte hebt, een aantal ballen, twee doelen en twee verschillende kleuren van truitjes kan je als trainer aan de slag."

 

"Het brandde hevig in het stadion"

 

De jonge Robert Waseige voelde zich thuis in Winterslag. Hij denkt met plezier terug aan de sfeer die er in het stadion heerste. Waseige: "Of ik de sfeer kan vergelijken met de ambiance die ik nu bij Charleroi meemaak? Niet echt. Dat waren andere tijden. De Noordlaan was maar een klein stadion en er waren minder toeschouwers. Maar ik kan je verzekeren dat het er hevig brandde! De mensen stonden met hun hart achter de Vieze Mannen. Geen enkele ploeg zakte graag naar Winterslag af. Als het minder goed ging, lieten ze het ons ook merken. De mensen leefden voor hun club. Ze waren vurig en kritisch, maar dat verliep altijd hartelijk. Winterslag was een club naar mijn hart. Er was geen afstand tussen de spelers en de supporters. Het was een grote familie." Robert Waseige hield eraan om regelmatig terug te keren naar de Noordlaan. Als de reserven van Charleroi in Winterslag tegen Genk speelden, ging hij kost wat kost mee. Bij een scoutingsopdracht van Racing Genk hoorde meestal ook een kort bezoek aan het stadion van Winterslag, waar het voor hem allemaal begonnen is.

 

"Het einde van de Noordlaan is een triestige zaak," zucht de voormalige bondscoach. "Ik heb de toestand van het stadion enkele jaren terug nog gezien. Dat beeld van het wilde gras zal mij voor altijd bij blijven. Het is een beeld dat niet bij het voetbal past. Een voetbalstadion is een tweede thuis. Elke supporter of voetballer heeft het moeilijk om afstand te doen van zijn stadion. Een dood voetbalstadion is bijzonder triestig om te zien. Voetbal staat synoniem voor euforie en vreugde. Een kerkhof staat voor pijn en triestigheid. Ik wist niet dat het stadion plaats moet maken voor woningen. Ik schrok er wel even van. Wat er ook op die plaats komt, de Noordlaan blijft voor al de mensen die er regelmatig rondliepen een stuk van ons leven. Het stadion is er nu misschien niet meer, maar de Noordlaan zal altijd blijven bestaan."

 

DC

Voetbal België in je facebook nieuwsfeed?

Reageren is niet meer mogelijk

Laatste nieuws

ico-hottopics

Nieuws overzicht…

"Ik wil een team met inzet zien. Het talent hebben we, maar alleen daarmee komen we er niet."

Roberto Martinez

Meer voetbalquotes