Kersverse Rode Duivel miste het telefoontje van de bondscoach
Mark van Bommel nam Jari De Busser in zijn eerste selectie van de Rode Duivels op. De 26-jarige doelman rekende daar niet bepaald op. Toen bondscoach Mark van Bommel hem vrijdag opbelde om dat blijde nieuws mee te delen, mocht hij een bericht inspreken.
“Een uur voor de persconferentie kreeg ik van Mark van Bommel het bericht dat ik bij de selectie zou zitten. De bondscoach had me eerst gebeld, maar ik zat in een vergadering en kon dus niet opnemen”, vertelt De Busser in een interview met Het Belang van Limburg. “Na die vergadering ging ik naar de activatie, tapete ik mijn enkels in en trainde ik zoals altijd. Na de training was de persconferentie achter de rug en stond mijn telefoon natuurlijk roodgloeiend.”
“Mijn ouders en mijn vrouw wisten het als eerste”, stelt de kersverse Rode Duivel. “Ze waren vooral ontzettend trots op me, zeker gezien het traject dat ik heb afgelegd.”
Bij AA Gent en Lommel SK maakte Jari De Busser minder prettige tijden mee. “Ik heb me uit elke situatie moeten knokken en dat hebben zij vanop de eerste rij meegemaakt. Ik kan me voorstellen dat het voor een vader toch speciaal is als je zoon opgeroepen wordt voor de nationale ploeg.”
De Busser sprak Van Bommel uiteindelijk pas afgelopen maandag, maar rekent ook niet bij afwezigheid van eerste keeper Thibaut Courtois nog niet op minuten. ‘De andere doelmannen acteren op een hoger niveau. Maar het is leuk om er deel van uit te maken, voor sfeer te zorgen en de andere jongens te helpen. Deze unieke ervaring pakt niemand mij nog af. Ik ben realistisch. Het is mooi om opgeroepen te worden, maar de weg naar speelminuten is natuurlijk nog veel langer.’
Meetrainen met De Rode Duivels geeft hem ook een speciaal gevoel. ‘Als voetballer is dit het allerhoogste’, besluit De Busser, die pas na zijn komst naar AZ stiekem durfde te hopen op een roep. ‘De Rode Duivels zijn voor mij altijd een ver-van-mijn-bedshow geweest. Ook na mijn voorselectie had ik die gedachte weer aan de kant geschoven, omdat ik er niet te veel mee bezig wilde zijn. Ik werd nooit goed genoeg geacht. Voor alles wat ik bereikt heb, heb ik hard moeten werken.’