Zaak-Refaelov drama voor jeugdopleidingen?
De Belgische profclubs moeten minstens acht Belgische spelers in hun A-kern tellen. Er horen zes Belgen op het wedstrijdblad te staan. Om de clubs tot investeringen in de jeugdopleiding te pushen, voerde de UEFA in 2023 een extra maatregel in.
Antwerp dacht dat Lior Refaelov – meer dan drie jaar in België actief – als voetbalbelg beschouwd zou worden. Volgens die UEFA-regelgeving moet een speler echter minstens drie jaar als jeugdspeler in dat land actief geweest zijn.
Refaelov en Antwerp klopten de Brusselse rechtbank van eerste aanleg aan. De rechter stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
In maart 2023 sprak Maciej Szpunar, eerste advocaat-generaal bij dat Europese Hof van Justitie in Luxemburg, zich uit in het voordeel van Lior Refaelov en Antwerp. Zijn advies is niet bindend.
Szpunar stelde dat de quota voor lokaal opgeleide spelers goed bedoeld zijn, om de jeugdopleiding te beschermen. Ze zouden echter strijdig kunnen zijn met het principe van vrij verkeer van werknemers en diensten binnen Europa.
Die regelgeving zou volgens Szpunar de kleinere voetbalmarkten kunnen benadelen.
Als de Belgische rechtbank dat denken volgt, gaat de UEFA-regelgeving op de schop. In dat scenario zouden de clubs minder of geen rekening meer moeten houden met Belgische spelers en jeugdproducten binnen hun selectie.
