Rood vlees en druivensuiker

Club Brugge maakt dit seizoen extra werk van het bijschaven van de voedingsgewoonten van de spelers. Een goede voeding moet bijdragen tot betere prestaties en minder blessures. In mijn periode als profvoetballer (1978-1998) was daar amper sprake van.


De trainer verzocht ons van rekening te houden met de wedstrijden. We mochten geen drie keer per week biefstuk-friet eten. Op de wedstrijddag kregen wij toast, een dikke steak, puré, bonen en fruitsalade. Nu is rood vlees uit den boze. De spelers krijgen nu wit vlees of vis met pasta of rijst op hun bord.


Energiedranken en energierepen, de zogenaamde baren, kenden wij niet. Dat was nog de tijd van de druivensuiker. Tijdens de rust kregen we wat drank met vitaminen B en C.


De huidige generatie van profvoetballers wordt getest op het vetgehalte. Ze krijgen verfijnde medische en fysieke testen voorgeschoteld. Het is wetenschappelijk onderbouwd. In mijn periode was voeding iets wat er soms bijhoorde. Als de trainer nog wat tijd had, gaf hij wat voedingtips.


Een goede voeding is noodzakelijk én nuttig. Je wordt er niet plots een wereldvoetballer door. Elk procentje vooruitgang is echter belangrijk. Een fractie van een seconde aan snelheid winnen en minder in de lappenmand zitten – rood vlees wordt gekoppeld aan spierblessures -, dat weegt door in het moderne voetbal.


Ik begrijp dat voetballers het niet altijd leuk vinden om constant op het belang van een goede voeding gewezen te worden. Maar dat hoort er nu eenmaal bij. Als profvoetballer moet je altijd hogerop willen, altijd beter willen doen. Een goed voedingspatroon speelt daar een rol in.


Links en rechts hoor je verhalen van spelers die snel even passeren bij een fast-food restaurant, omdat ze op de club alleen pasta kregen. Dat is bizar. Ze hebben van hun hobby hun beroep kunnen maken en verdienen er een dikke boterham mee. Beter kunnen presteren en een lagere blessurelast, ik zou er direct voor tekenen.

Categorieën
Exclusief

Antwoord

*

*

GERELATEERD