Interview Patrick Goots: 400 doelpunten

Good old Patrick Goots, ondertussen 41 jaar, staat nog steeds elke week op het voetbalplein en is het scoren nog niet verleerd. De spits van derdeklasser Mol-Wezel overschreed in de wedstrijd tegen Bocholt de magische grens van 400 doelpunten in de nationale reeksen.


Goots, in het verleden aan de slag bij clubs als Beerschot, KV Kortrijk, KRC Genk, KSK Beveren, STVV, KFC Turnhout, Antwerp FC en KV Mechelen, deed er in totaal 24 seizoenen over om zijn 400ste goal tegen de netten te prikken. Voetbalbelgie.be zocht ‘Patje Boem Boem’ dan ook op voor een interview. 


Dit weekend ging je 400ste doelpunt tegen de touwen. Heb je dit nadien speciaal gevierd?


 


Patrick: “Na de wedstrijd tegen Bocholt kreeg ik van het bestuur een fles champagne aangeboden. In de loges van Mol zaten enkele gasten op me te wachten, en ook Marino Flipkens, vader van Kirsten Flipkens, gaf na de wedstrijd in zijn skybox een vaatje. Het was natuurlijk een zondagmatch en dus moesten vele mensen de dag nadien weer aan het werk.”


 


Hoe lang ga je nog door denk je?


 


“Ik heb altijd gezegd dat ik in februari-maart evalueer hoe het gaat. Momenteel gaat het nog heel goed. Ik maak nog alle trainingen mee en ik heb dit seizoen alle wedstrijden meegespeeld. Toch is het afwachten. Ik plan nu eenmaal niets meer maanden op voorhand. Ik bekijk hoe ik me in maart voel, en als het dan nog altijd goed gaat, denk ik wel dat ik er nog een jaartje bij doe.”


 


Wil het lichaam nog altijd even goed mee als vroeger? Geen last van kwaaltjes?


 


“Neen, van kwaaltjes en dergelijke ondervind ik nog steeds geen last. Ik sta ook nog altijd bijna elke dag op het trainingsveld. Met Mol trainen we driemaal per week: dinsdag, donderdag en vrijdag. Ik ben sinds kort met een talentenschool begonnen, ik geef er een training op maandag. ’s Woensdags is het de beurt aan mijn caféploeg FC Kempenzone. Ik sta dus in ieder geval al minstens vijf van de zeven dagen per week op het veld, en dan mag je daar in het weekend de wedstrijden ook nog eens bijtellen.”


 


Wat waren de drie mooiste doelpunten uit je carrière?


 


“Aangezien ik misschien wel een patent heb op het maken van heel mooie doelpunten is dit niet echt zo voor de hand liggend. Mijn goal met Antwerp tegen Charleroi was misschien wel mijn mooiste. Ik scoorde zoals Van Basten tegen de USSR op het EK in 1988.


   Als tweede doelpunt neem ik een schot van 25-30 meter met Beveren tegen Club Brugge. Dat schot, dat recht in de winkelhaak vloog, was op dat moment goed voor de 2-2.


  Twee jaar geleden scoorde ik met KV Mechelen een bijzonder emotioneel doelpunt op het veld van Racing Mechelen. De partij werd na dat doelpunt stilgelegd en de supporters bestormden het veld.


  Ik denk dat ik gemakkelijk nog een twintigtal doelpunten kan opnoemen die een plaatsje in dit rijtje verdienen, maar een mooi of een lelijk doelpunt, elk doelpunt is een doelpunt.”


 


Wat waren de belangrijkste doelpunten uit je carrière?


 


“Ik denk dat ik in mijn carrière zeker heel wat belangrijke doelpunten tegen de netten heb geprikt. In mijn eerste jaar bij KV Mechelen leverde bijna elk doelpunt dat ik maakte punten op. Voor mezelf was het doelpunt met Antwerp in de tweede klasse tegen Ingelmunster het belangrijkst. Het leverde de club toen definitief de titel op en 12.000 man gingen op de Bosuil uit hun dak.” 


 


De mooiste momenten uit je carrière?


 


“Uiteraard staat de titelviering in tweede klasse met Antwerp op dat lijstje. Ook de afscheidsmatch die ik op de Bosuil kreeg zal ik nooit vergeten. De titelviering met Mechelen in de derde klasse en ook de afscheidsmatch daar was fenomenaal.


  Ook mijn twee jaren bij Turnhout waren een aaneenschakeling van successen. In mijn eerste jaar scoorde ik 35 doelpunten en in mijn tweede jaar lukte ik 39 doelpunten. Bovendien ben ik ook nu weer bij Mol in een schitterende groep terechtgekomen. In mijn eerste jaar speelde we al meteen kampioen.


  Er is eigenlijk geen enkele club waar ik nu met een wrang gevoel op terugkijk. Overal waar ik speelde lukte ik mijn doelpunten en kende ik mooie momenten. In de eerste klasse zat ik altijd rond de vijftien doelpunten en in tweede zat ik steeds tussen de 25 en 35 doelpunten. Ik tel nu wel 400 doelpunten, maar mocht ik al mijn doelpunten uit de jeugd en in vriendenwedstrijden daar nog eens bijtellen, dan zou ik dicht tegen de 800 aanzitten denk ik.”


 


De mindere momenten uit je carrière?


 


“Uiteraard zijn er in mijn carrière ook mindere momenten geweest. De degradatie met Genk, Beveren en vooral die met Antwerp naar tweede klasse voelden op dat moment alles behalve goed aan. Ik mag persoonlijk van geluk spreken dat ik gespaard ben gebleven van ernstige blessures en hoop dan ook dat dit nog even zo blijft. Je hebt natuurlijk altijd momenten dat het wat minder gaat, met bijvoorbeeld de trainer, maar dan is het best je daar bij neer te leggen.”


 


Met welke spelers had je in het verleden een goede band? Zijn er jongens die je nu nog terugziet?


 


“Dat zijn er eigenlijk wel heel wat. Vooral op Antwerp had ik met enkele spelers een goede band. Met onder meer Bernd Evens, Stefan Leleu, Marc Van Britsom, Govert Boyen, Gunter Ribus vormden we toen een hecht kliekje. Ook in Turnhout  kwam ik heel goed overeen met  Didier Gaens. Ik kom nu toch wel heel regelmatig spelers tegen waar ik mee gespeeld heb en ik kan eigenlijk niet zeggen dat er jongens bij zijn die ik niet meer zou willen terugzien. Ik lag ook steeds goed in de groep en nam vaak de verantwoordelijkheid op me om enkele jongens te sturen. Ik hoop en denk dan ook dat ik bij vele spelers nog steeds welkom ben.”


 


Wie was de beste trainer die je ooit had?


 


“Dat is een heel moeilijke vraag. Ik denk dat ik ondertussen aan een veertig-vijftigtal trainers zit, maar ik zal de belangrijkste trainers even vermelden. Eén daarvan is zeker René Desaeyere, die ik een drietal keer ben tegengekomen en mijn carrière voor een deel mee bepaald heeft. Ook Rik Van de Velde is een trainer waar ik bij Mechelen zeer veel van opgestoken heb. Met Regi Van Acker heb ik dan weer een ongelofelijke band. Hij is ook de man die me anders heeft doen trainen. Momenteel kom ik met mijn huidige trainer, Tibor Balog, bijzonder goed overeen. Ik denk dat je van elke trainer wel een beetje opsteekt maar dit zijn toch zowat de mensen die mijn carrière voor een groot stuk mee bepaald hebben.”


 


Had je vroeger een idool waar je naar opkeek?


 


“Vroeger hield ik me nog niet echt enorm met het voetbal bezig maar vond ik in de muziek, meerbepaald Hard Rock, mijn ding. Toch kan ik, wat mijn generatie betreft, naar spelers als een Romario of een Marco Van Basten niet naast kijken natuurlijk.” 


 


Wie is de beste voetballer waar je ooit mee samenspeelde?


 


“Wederom een moeilijke vraag aangezien ik nu misschien wat mensen ga vergeten. Hendrie Krüzen (bij Kortrijk, nvdr.) was een hele goede voetballer. Ook Simon Tahamata, toen Beerschot, was een fenomenale balgoochelaar. De man die me bij Tunrhout dan weer talloze assists voorschotelde, was Didier Gaens. Hij wist ook perfect wanneer hij me kon wegsturen. Bij Antwerp vormde ik dan weer een bijzonder gevaarlijk spitsenduo met Darko Pivaljovic. Ik kan zo dus nog wel even doorgaan. Ik heb 25 jaar voetbal achter de rug en ben heel wat schitterende voetballers tegengekomen. Ook Kurt Van de Paar, met wie ik nu samenspeel bij Mol, mag zeker aan dat lijstje toegevoegd worden. Hij is een man die weet wanneer en hoe de bal juist te spelen. Als spits zijnde, is het heel belangrijk om zo iemand achter je te hebben lopen.”


 


Beste voetballer waar je ooit tegenspeelde?


 


“Dat zijn er ook heel wat, maar iemand die het me altijd lastig maakte, was ongetwijfeld Philippe Albert. Een robuuste verdediger die fysisch sterk was en dan ook nog eens regelmatig mee opkwam. Een heel moeilijke verdediger om tegen te spelen dus.”


 


Wat zijn je ambities na het voetbal?


 


“Ik ben er nog niet volledig uit. Ik ben nu momenteel bezig met mijn laatste jaar voor de cursus UEFA trainersdiploma A. Sinds september heb ik ook een voetbalschool opgericht waar een veertigtal jongeren op maandag en dinsdag een extra training krijgen. Ook tijdens de schoolvakanties kunnen jongeren bij mij terecht voor de zogenaamde Dreamstage. Die stages verlopen zeer goed, raken zelfs al bekend in het buitenland, en misschien dat ik daar later wel in verder ga. Ik werk sinds half september ook fulltime bij Rolini, een Belgisch sportmerk waar ik aanvankelijk wat PR-werk voor deed. Het liefst van al zou ik trainer willen worden, maar dat dient zeker niet ten koste te gaan van alles.”


 


{banner keyword=albumprinter}

Categorieën
Specials & Video

Antwoord

*

*

GERELATEERD