foto DC | www.voetbalbelgie.be

SPECIAL: Afschaffen Belgen-regel goede zaak?

Jeugdopleiders kritisch voor clubleiders

Enkele clubleiders vinden dat het hoog tijd is om de Belgenregel – minstens zes Belgen of in België opgeleide spelers op het wedstrijdblad – af te schaffen. Volgens de ene loopt er te weinig talent in België rond. Een ander stelt dat je beter buitenlandse talenten aantrekt, ze verkoopt en zo meer geld in de eigen jeugdopleiding kan steken. Een goed idee? Voetbalbelgie.be luisterde naar de mening van Steven Vanharen, Wim Declercq en Maarten Ruymen aan.

Een ploeg met achttien buitenlandse spelers op het wedstrijdblad, dat moet kunnen volgens een aantal clubleiders. Dat zou de kwaliteit van de competitie ten goede komen. Er zou te weinig talent in België rondlopen om bij elke wedstrijd zes degelijke voetbalbelgen op het blad te tellen. Zo vindt François Vitali, de nieuwe sportief directeur van Cercle Brugge, dat je beter geld investeert in buitenlandse talenten. Als er via die weg voldoende geld binnenstroomt zou er mee geld geïnvesteerd kunnen worden in de eigen jeugdopleiding. Onder meer AA Gent en Anderlecht lieten zich in het recente verleden al negatief uit over de Belgenregel.

Steven Vanharen was jeugdtrainer, werkte bij MTK Boedapest, Ujpest FC, Al Ahli FC, Legia Warschau en Olympiakos Piraeus. Hij is nu assistent van Besnik Hasi bij het Saoedische Al Raed. Hij vindt een afschaffing van de Belgenregel geen slimme zet.

“Dit zou contra productief gaan werken ten opzichte van de ontwikkeling van je eigen jeugdspelers”, vertelt hij aan Voetbalbelgie.be. “In België heerst er al een cultuur waarin men veel te snel buitenlandse spelers aantrekt, die zodoende je eigen jeugdige talenten gaan blokkeren.”

“Gelukkig is er een andere trend merkbaar. Buiten de grote clubs die altijd veel investeerden in de jeugdopleiding, gaan ploegen als STVV en Zulte Waregem dit ook doen. Deze clubs gaan binnen afzienbare tijd hiervan de vruchten plukken en ze zullen veel minder buitenlandse spelers moeten kopen, omdat de kwaliteit en opleiding van hun eigen jeugdspelers gewoon beter zal zijn. Ook het budgettair verschil ten opzichte van de grote clubs, maakt dat men daar ook sneller beroep op deze jonge spelers zal moeten, maar vooral kunnen doen, simpelweg omdat ze beter opgeleid zullen zijn. Als deze jonge spelers dan kansen krijgen in het eerste elftal, kunnen ze ook verkocht worden met een meerwaarde en dat geld investeren in de jeugdopleiding, dus het financieel argument ‘pro’ buitenlandse jonge spelers gaat dan ook niet meer op.”

“Investeren in jonge Belgische spelers is niet enkel beter voor hun eigen club,
maar zal ook het Belgisch voetbal in totaliteit vooruit helpen”

“Bij Olympiakos hadden ze eveneens een professionele jeugdopleiding, maar werden er zeer veel buitenlandse spelers aangetrokken. De club zag er desondanks wel op toe dat er in de A-kern steeds een viertal jeugdspelers zaten, waarvan drie van hen regelmatig speelkansen kregen en één ervan, Retsos Panos, zelfs verkocht werd aan Bayer Leverkusen voor zeer veel geld. Een deel van dit geld vloeide terug naar de jeugdopleiding. Het mooiste voorbeeld zag ik bij MTK Budapest, een club met een totaalbudget van 3 miljoen euro, waarvan 1,5 miljoen in de academie geïnvesteerd werd. Op 24 kernspelers telden we maar liefst 10 à 12 eigen opgeleide spelers. Hun visie is duidelijk, eigen spelers opleiden en laten spelen. Het nadeel ervan is dat je al eens een tegenslag kan hebben. MTK zakte twee jaar geleden met veelal eigen opgeleide spelers uit de eerste afdeling, maar keerde een jaar later nadien terug met voornamelijk zelf opgeleide spelers.”

“Het standpunt van Cercle Brugge is logisch, gezien de link met AS Monaco, maar andere clubs investeren beter in jonge Belgische spelers, hetgeen niet enkel hun eigen club, maar ook het Belgisch voetbal in totaliteit vooruit zal helpen. Het Belgisch voetbal zit in een opwaartse trend en het investeren in onze eigen jonge spelers zal die trend in een stijgende lijn houden. Ik werk ondertussen zeven jaar in het buitenland, en heb ook bij grote clubs gewerkt en geloof me dat we niet te bescheiden mogen zijn. Wij hebben zeer goede coaches, structuren, spelers, middelen enz. We moeten ze enkel durven gebruiken en zodoende nog beter te worden.”

Belgenregel of Belgenmop?

Wim Declercq staat nu aan het hoofd van de jeugdopleiding van STVV, dat sinds vorige zomer meerdere voltijdse trainers in dienst heeft en verder wil investeren in de uitbouw van dat verhaal.

“Belgenregel of Belgenmop?”, luidt zijn eerste reactie op onze vraagstelling. “De doorstroom van onze eigen opgeleide jeugdspelers is dramatisch. We zijn de slechtste van de Europese klas. Dus we kunnen deze regel moeilijk als doeltreffend beschouwen”, merkt Wim Declercq op. “Ik kan de sportief directeur van Cercle Brugge in die zin gedeeltelijk bijtreden. Maar het is vooral een kwestie van het veranderen van de ‘mindset’. Indien elke Belgische profclub de middelen zou aanwenden (C-premie, recuperatie bedrijfsvoorheffing, lidgelden, inkomgelden, sponsoring, enz.) die moeten dienen voor het ontwikkelen van jeugdspelers heeft elke club minstens een jeugdbudget van ongeveer 1 miljoen euro! Dit betekent dat clubs automatisch een gedegen jeugdopleiding kunnen uitbouwen met onder meer fulltime personeel in de jeugdopleiding. Automatisch zal je de kwaliteit van onze opleidingen drastisch zien stijgen.”

foto DC | www.voetbalbelgie.be

“Een keuze van snel scoren op korte termijn of durven geloven in de middellange termijn.”

“Het opleggen van kindvriendelijke maatregelen zoals een aanwervingsstop vanaf U13 bij eliteclubs en het instellen van een numerus clausus zal de doorstroom van Belgische talenten in zijn totaliteit vooruithelpen. Nu worden spelers systematisch naar bepaalde clubs georiënteerd. Het is een combinatie van het niet durven brengen van jeugdspelers en het zeer beperkte gebruik van de voorziene financiële middelen voor onze jeugdopleidingen.”

“Versterkt door de fiscale voordelen die profclubs kunnen genieten en de zeer liberale wetgeving in België voor het aantrekken van uitheems talent. Fiscale voordelen die verkeerd worden aangewend. Mits de nodige politieke en sportieve moed kan je deze achterpoort eenvoudig sluiten. Zodat deze middelen kunnen gebruikt worden waarvoor ze initieel zijn voor voorzien. Het ontwikkelen, opleiden en opvoeden van ‘home grown’ voetballers. Het is een keuze van snel scoren op korte termijn of durven geloven in de middellange termijn.”

“Buitenlandse spelers mogen mislukken, eigen jeugdspelers niet”

Maarten Ruymen was dit seizoen jeugdtrainer bij OH Leuven. “Investeren in jeugd is een werk van lange adem en iets wat niet op 1-2-3 resultaat oplevert”, geeft de jonge en beloftevolle jeugdcoach mee. “Ik denk dat Ajax hiervan een goed voorbeeld is. Ik merk dat er bij OHL enorm geïnvesteerd wordt in de jeugdopleiding en dat lijkt – zelfs bij de lagere leeftijdsgroepen – wel zichtbaar te worden. Om dit ook in het eerste elftal terug te zien zal dit pas binnen een drietal jaren echt zichtbaar te zijn. Het is een stappenplan.”

GVH

“Het professionalisme waarmee hier gewerkt wordt verschilt nog weinig met clubs als Anderlecht en Racing, Genk en dit voor een club in 1B, wat toch uitzonderlijk is. De grote voorwaarde voor dit soort werking is geduld en actieve opvolging. Dit vergt een investering, niet enkel in de vorm van kapitaal, maar ook tijd, inzet en opvolging. In die laatste twee moet ook geïnvesteerd worden en dit wordt vaak vergeten. Ook mogen clubs elkaar niet beconcurreren. De invoering van de opleidingsvergoedingen zie ik als een sap in de goede richting, al merk je nu wel een massa scouts bij de U10 tot U12 op. Dit om de opleidingsvergoedingen te ontwijken.”

“Ik vrees dat de jeugdopleiding bij een aantal clubs zal doodbloeden. De durf om te investeren in de jeugd is er bij heel wat clubs niet en de nodige volharding is er onvoldoende aanwezig. Je kan het ook zo stellen: er zijn clubs die tientallen jonge buitenlandse spelers willen halen, waarvan een groot deel mag mislukken. De eigen jeugdspelers – waar ze nu te weinig in investeren – mogen dat niet. Bij OH Leuven kiezen ze wel voor een doorgedreven eigen jeugdopleiding met ploegtrainers, specialisatietrainers, mental coach, videoanalist, en dat zelfs bij de jongste ploegen. Ook de infrastructuur gaat vooruit. Voor dit alles moet je investeren en niet elke club doet dat en dan raak je achterop en het is dan moeilijk eens je achterop hengelt. Een resultaat zie je pas binnen een aantal jaren.”


Categorieën
Specials & Video

Antwoord

*

*

GERELATEERD